zaterdag 28 april 2012

Een nieuw leven

Het is grappig als je bij
een kerk hoort
dat je een nieuw leven kunt beginnen

dat je naar de stad van weleer gaat
en daar buiten de kerk
dat nieuwe leven begint,
zoals deze pastor.

Maar wie vertelt me dat ons leven
buiten de kerk niet
ook zo'n nieuw leven is
dat toch verdacht veel lijkt op
opnieuw leven?

Temeer daar we in een kerk
het afscheid stonden te bezingen
van zijn oud-collega
die nu hij gestopt was
kon doorgaan voor levenskunstenaar?

Waar de pastor expert is in nieuw begin
is de kunstenaar uit op voltooiing.

Waarom niet beide combineren
in een nieuw leven als afronding
van je zo evident
onaffe leven?

Beter zo dan andersom.
Je moet toch niet denken
aan een lam,
een voltooiing
die gezet wordt op een leven
dat zijn bestemming al gevonden had.


dinsdag 17 april 2012

Ander antwoord

Dat er een ander antwoord komt is een ervaring.
Die ervaring maakt duidelijk wat het antwoord is.
Er is altijd een antwoord, overal is altijd een antwoord op.
En dan is er ineens een ander antwoord.

Klopte er iets niet aan het ene antwoord, of aan de vraag?
Of klopt het altijd al, maar wordt die reeks nu doorbroken?

Het zou allemaal kunnen, maar er komt niets dan een antwoord op deze vragen.
En dat antwoord is niet het antwoord.
Het is een ander antwoord.

Het valt des te meer op omdat je toch steeds antwoorden ziet.
Het zijn toch geen andere antwoorden.
Je kunt het volgen, het is het ene antwoord tegen het andere.
Zo gemakkelijk kan het zijn.

Maar dat andere antwoord wijst altijd terug.
Het heeft gevolgen voor wat eraan voorafging.
Het brokkelt langzaam af tot een ontwijkende vraag.
Geen wonder dat er een ander antwoord kwam,
achteraf bezien.

zaterdag 7 april 2012

Tros

(man rekent af bij de kassa)
- Heeft u ook VPRO-tomaten?
(niet-begrijpende blik van kassameisje)
- Ja, VPRO-tomaten?
(ik kijk naar man in kwestie)
- Jullie hebben trostomaten. Maar heb je ook VPRO-tomaten?
(aahh.. op die fiets. Meisje reageert niet, ik wel:)
- Nu begrijp ik u, meneer, vandaar uw rode jas.
- Hoe bedoelt u?
- Ja, vanwege die tomaten, daarom hebt u een rode jas aan.
(meisje achter de kassa lacht schaapachtig)
- Ha, je kunt er ook mee gooien.
- Hoe meer omroepen, hoe meer je kunt gooien.
(man is al weg)
- Prettige dag verder.

vrijdag 9 maart 2012

Symmachie

Bureaucratie schept een band. Daarvoor is nodig dat je niet meteen wordt geholpen. Hoe zit dat?

Uit het oogpunt van efficiëntie is toch juist wel nodig dat je snel wordt geholpen? Om die efficiëntie ook in het hoofd te krijgen van de medewerker is marktwerking nodig. Dus splitsing van organisaties. Dus word je niet geholpen, maar doorverwezen, afgepoeierd, aan het lijntje gehouden. Het is immers in jouw belang dat de organisatie efficiënt is, niet de bediening van het individu.

Maar efficiëntie kan ook betekenen dat de organisatie, in de persoon van deze of gene medewerker, jou helpt. Ja zelfs tegen de moloch waarvan hij dienst uitmaakt. En zo heb je dan ineens een medestrijder in de jungle. Een helper die dichter bij de macht staat en echt iets voor je kan betekenen.

Het is mooi wanneer die medewerker het printerbedrijf belt. Hij wordt ineens zelf doorverwezen, belandt uiteindelijk in India en hangt na 3 muziekjes zwijgend op. Je dunne, terloopse glimlach deel je met deze man.
Hij bestelt je tonercassette dan maar rechtstreeks via internet.
'Had je deze service verwacht?' zegt hij empathisch en trots.

Ook hartverwarmend is het telefoongesprek met de NS-medewerker voor wie de OV-chipsorganisatie onbereikbaar is, hoewel hij jouw onuitleesbare pas ter vervanging daarheen heeft moeten sturen. Hij adviseert je te liegen over die pas en te zeggen dat je hem kwijt bent. Een ander die je helpt verstrekt uiteindelijk een opdracht aan de ICT-afdeling waarmee weer een nieuw proces in gang wordt gezet, met nieuwe hoop en nieuwe verrassingen. Hij stuurt je zolang een reservekaart. Ik zeg dat het al de derde is omdat het al drie maanden speelt. En hij: 'Zo lang al? Terwijl het toch om een heel simpele kwestie gaat!'

Ik glunderen. Mag ik uw naam noteren? Michel Slof schrijf ik onder T. Beeksma, Sebastiaan Weien.


maandag 6 februari 2012

Je vous téléphone

Ha beste lezer, bij Derrida las ik dat de adressant van zijn ansichtkaarten dood is. In analytische zin dan. Iedereen is sterfelijk, en iedereen gaat dood terwijl de woorden van zijn berichten nog bestaan. En wie weet - uitsluiten kun je dat nooit - zijn jij en ik ook dood als deze woorden nog ergens in een virtuele ruimte rondzweven. Nee, niet in die zin ben je dood. Het gaat om de bestemming die niet bereikt wordt met zijn bericht, laat staan dit bericht. Hij kan eventueel gemist worden en wordt dus ook gemist. In die zin is de adressant als bestemde van een bericht als dit dood.

Nu is het nog een hele stap om dat ook vol te houden in de jij-vorm. Hoewel Derrida die jij-vorm in zijn ansichtkaarten wel gebruikt zegt hij tegen de jij dat die het levend bewijs is dat de brief niet bij zijn bestemming aankomt. Het is dus een wederzijdse dood die het leven zeker niet uitsluit. Jij bent dood voor dit bericht, omdat dit bericht er niet zeker van kan zijn dat het jou bereikt. En dit bericht is dood, dode letter, omdat het onleesbaar wordt naarmate jij een werkelijke lezer wordt. Zo zou je dus kunnen zeggen: 'I kill you', en ik maak deze letters onleesbaar.

Ware ik Derrida, dan kon ik dat zeggen. Maar hebben zijn letters mij wel bereikt? Zou ik niet een adressant van zijn bericht kunnen zijn en in die zin onmogelijk?

Ik besluit het anders op te vatten. Het is een wijze les die ik omsmeed tot een oefening in wat ik zoal meemaak. Ik schrijf voor jou, voor niemand anders. Het is alsof ik niet een wijze les illustreer met een experiment waar jij niets mee te schaften hebt behalve als doodverklaard einde van deze zwakke illustratie. Het is alsof jij dit leest en ik ervan droom, een geleend leven, een quasi-leven dat voorwaarde is voor een leven dat zich hier en nu - laat me nog even - voltrekt bij jou als lezer.



zaterdag 24 december 2011

Liever een gesprek

Het is fijn om in een blog zoals deze nooit te worden weersproken. Er zijn echter momenten dat je het zat bent om zelf steeds de tegenspraak in jezelf te zoeken.

Daarom bedel ik soms om tegenspraak, die ik vrijwel nooit krijg. Ik heb wel eens feedback gekregen, van cursisten of redacties, maar dan was het meteen weer totaal vernietigend.

Er bestaat zo'n romantische gedachte dat het mooi is als lezers voor óf tegen je zijn. Het geeft je de prettige illusie dat je iets teweegbrengt. En dat je mensen zou dwingen standpunten in te nemen die tamelijk ongeloofwaardig zijn. Want we weten dat de wereld zich in werkelijkheid niet laat dwingen in pro en contra.

Mijn negatieve ervaring heeft me wel tot extra waardering gebracht voor zoiets gewoons als een gesprek. Vooral een gesprek waarin mensen reageren op wat de ander zegt, zoals in de wetenschap. Je zoekt de grenzen van het ware en waarschijnlijke op en stelt je zodoende open voor wat zich nu nog aan gene zijde bevindt maar weldra niet meer.

In die zin neem ik natuurlijk wel weer deel aan een gesprek. Ik reageer op wat er gedacht en gezegd wordt en voor het overgrote deel zijn dat gedachten van anderen.

Het lijkt eveneens zinnig om niet teveel waarde te hechten aan mijn persoonlijke ervaring. Als mensen uitsluitend pro of uitsluitend contra reageren is dat eerder een reflex dan een overwogen reactie. Publiceren kan niettemin zinnig zijn omdat je zo de werkelijke en maginaire ander inschakelt om jezelf op te porren tot selectiviteit.

En ziedaar, er is dan toch weer een stukje met een thema, een probleem, een oplossing en verworven uitzicht.

Dankjewel!

maandag 19 december 2011

De Farizeeër heeft ook zijn trots, en terecht

Een stuk of wat jaren geleden had ik het idee dat kindermisbruik een onderschat item was in de kerk en het evangelie. Er waren veel incidenten, en er was zelfs al bisdombeleid van een moreel bewogen vicaris. Maar niemand had zin om het te bestuderen als een structurele kern van het christendom.

Inmiddels heb ik zelf ook wat aarzelingen. Mag zijn dat het een structurele kern van het christendom is, 'laat de kinderen tot mij komen', enzo, maar dat wil niet zeggen dat het daarbuiten minder tot de kern behoort en minder structureel is.

Vandaar dat ik met licht wantrouwen de aanvallen zie die vanuit de politiek (Verhagen, Blok, Roemer) op de bisschoppen worden geopend. Hoe kun je aan de ene kant de vinger leggen op de 'hypokrisie', de zelfgepresenteerde verhevenheid en verdorvenheid van de kerk, en aan de andere kant zonder enige gêne de pose van een moreel verheven gezag aannemen? Je zou er bijna weer kerkelijk van worden. Daar wordt tenminste nog 'sorry' gezegd, al heeft dat weinig om het lijf, te laat en te weinig.

Het is dus geniaal van Deetman dat hij twee schokken tegelijk presenteert, die het allebei niet zijn. De kerk deed het fout, en daarbuiten ging het even fout.

Het werkelijke probleem is nu of en hoe we hypokrisie kunnen voorkomen. Kun je willens en wetens hypokriet zijn? Kun je je daarin oefenen? Misschien wordt het tijd om de passages over de Farizeeën weer eens te lezen, en tegelijk te zeggen: 1. wat een hufters, die Farizeeën!, en: 2. ik ben een Farizeeër, en ik ben er trots op!