donderdag 22 januari 2015

De kunst van het vergeten



Wat bij mij ver weg ligt, ligt ver weg. Dat zal bij meer mensen zo zijn. Maar bij mij is het ook nog eens zo dat sommige dingen die dichtbij zijn ver weg liggen. Ze verglijden en zijn voorbij. Het leven lijkt een meditatieoefening en schijnbaar allerminst een oefening in wat ik zoal meemaak. Maar ook dit is wat ik meemaak, werkelijk meemaak. Het leidt soms tot geërgerde reacties bij mijn naasten, die dan dus ook ver weg waren en alsnog dichtbij komen. Het leidt tot speculaties, een verkruimelend brein onder invloed van veroudering, veralcoholisering en vermedicalisering. Ik waag dan een ontsnapping naar een ver verleden met weinig kans op succes overigens, een verleden waarin meester Alberts me al een verstrooide professor noemde, met veel waardering overigens, maar wel al op tienjarige leeftijd, toen er van genoemde mogelijke factoren nog geen sprake was. Waarom weinig kans op succes? Omdat mijn verhouding tot mijn herinneringen terugslaat op mijn geheugen, de vermindering van het een leidt tot wantrouwen met betrekking tot het ander. Was het wel meester Alberts die het zei, of was het - nog dichterbij, misschien zelfs te dichtbij - mijn moeder? Was ik toen werkelijk tien jaar, of ben ik inmiddels bezig - zoals Knausgard het zegt - fictie te bestrijden met fictie? Ben ik bezig met verdringing omdat alles te dichtbij komt, oog in oog met mijn diepste driften, of houd ik die driften zo succesvol op afstand dat zelfs mijn verlangen me dingen te herinneren niet op gang komt? Of schakel ik een gestileerd vertoog in dat parasiteert op een Nietzsche die het actieve vergeten juist beschouwt als teken van mentale hygiëne? Parasiteert, want mijn vergeten is werkelijk niet zo actief, ik doe behalve in deze blogserie nauwelijks pogingen mijn herinneringen op te roepen, laat staan actief te vergeten. Zo het al gebeurt is dat eerder in de lijn van de genoemde factoren, onder invloed van ouder worden, drank of therapie, eerder in het verlengde daarvan dan ertegenin, maar ook dan slechts in geringe mate, en eerder door toedoen van die factoren dan gebruikmakend ervan op basis van een voorgegeven opzet. Wat overblijft is - of lijkt sterk op - een zelfonderzoek, een oefening in wat ik zoal meemaak. Het lijkt er sterk op, zonder ermee samen te vallen, omdat een zelfonderzoek gebonden is aan authenticiteit, aan de bekentenis of biecht van het zelf ten opzichte van zichzelf. Welnu, in een dergelijke authenticiteit geloof ik niet, omdat de mens daarvoor tezeer verweven is met de anderen en het andere. U heeft dus, ja u, lezer!, eerder te maken met een bekentenis aan u, of - zoiets weet je nooit, evenmin als ik u ken en doorzie - met een schijnbekentenis, een pose of de schijn van een pose. Wel kan ik u tot slot nog verslag doen van zoiets als een ontdekking in mijn speurtocht naar het hoe en wat van mijn falende geheugen, waarbij ik helaas niet weet of we met een oorzaak of gevolg te maken hebben. Het heeft te maken met verantwoordelijkheid, een verantwoordelijkheid die altijd allereerst een oproep is tot alertheid. Bij die alertheid kies ik altijd - of er is iets in mij dat kiest, misschien wel mijn lichaam - voor wat het eerst op mezelf terugslaat, al is het via de ander. Alles wat verder weg ligt komt ook verder onderin op mijn prioriteitenlijstje te staan. Mijn naasten vertrouw ik - zo concludeer ik soms wel - zozeer dat ik hun verantwoordelijkheden en vreugdes vergeet. Onvergeeflijk, dat is het inderdaad. Zo kan ik dan toch deze blog afsluiten met een conclusie, een oordeel dat ergens vandaan komt, al weet ik niet waarvandaan. Ik ben het misschien wel vergeten.


 

1 opmerking: