Ha beste lezer, bij Derrida las ik dat de adressant van zijn ansichtkaarten dood is. In analytische zin dan. Iedereen is sterfelijk, en iedereen gaat dood terwijl de woorden van zijn berichten nog bestaan. En wie weet - uitsluiten kun je dat nooit - zijn jij en ik ook dood als deze woorden nog ergens in een virtuele ruimte rondzweven. Nee, niet in die zin ben je dood. Het gaat om de bestemming die niet bereikt wordt met zijn bericht, laat staan dit bericht. Hij kan eventueel gemist worden en wordt dus ook gemist. In die zin is de adressant als bestemde van een bericht als dit dood.
Nu is het nog een hele stap om dat ook vol te houden in de jij-vorm. Hoewel Derrida die jij-vorm in zijn ansichtkaarten wel gebruikt zegt hij tegen de jij dat die het levend bewijs is dat de brief niet bij zijn bestemming aankomt. Het is dus een wederzijdse dood die het leven zeker niet uitsluit. Jij bent dood voor dit bericht, omdat dit bericht er niet zeker van kan zijn dat het jou bereikt. En dit bericht is dood, dode letter, omdat het onleesbaar wordt naarmate jij een werkelijke lezer wordt. Zo zou je dus kunnen zeggen: 'I kill you', en ik maak deze letters onleesbaar.
Ware ik Derrida, dan kon ik dat zeggen. Maar hebben zijn letters mij wel bereikt? Zou ik niet een adressant van zijn bericht kunnen zijn en in die zin onmogelijk?
Ik besluit het anders op te vatten. Het is een wijze les die ik omsmeed tot een oefening in wat ik zoal meemaak. Ik schrijf voor jou, voor niemand anders. Het is alsof ik niet een wijze les illustreer met een experiment waar jij niets mee te schaften hebt behalve als doodverklaard einde van deze zwakke illustratie. Het is alsof jij dit leest en ik ervan droom, een geleend leven, een quasi-leven dat voorwaarde is voor een leven dat zich hier en nu - laat me nog even - voltrekt bij jou als lezer.
maandag 6 februari 2012
zaterdag 24 december 2011
Liever een gesprek
Het is fijn om in een blog zoals deze nooit te worden weersproken. Er zijn echter momenten dat je het zat bent om zelf steeds de tegenspraak in jezelf te zoeken.
Daarom bedel ik soms om tegenspraak, die ik vrijwel nooit krijg. Ik heb wel eens feedback gekregen, van cursisten of redacties, maar dan was het meteen weer totaal vernietigend.
Er bestaat zo'n romantische gedachte dat het mooi is als lezers voor óf tegen je zijn. Het geeft je de prettige illusie dat je iets teweegbrengt. En dat je mensen zou dwingen standpunten in te nemen die tamelijk ongeloofwaardig zijn. Want we weten dat de wereld zich in werkelijkheid niet laat dwingen in pro en contra.
Mijn negatieve ervaring heeft me wel tot extra waardering gebracht voor zoiets gewoons als een gesprek. Vooral een gesprek waarin mensen reageren op wat de ander zegt, zoals in de wetenschap. Je zoekt de grenzen van het ware en waarschijnlijke op en stelt je zodoende open voor wat zich nu nog aan gene zijde bevindt maar weldra niet meer.
In die zin neem ik natuurlijk wel weer deel aan een gesprek. Ik reageer op wat er gedacht en gezegd wordt en voor het overgrote deel zijn dat gedachten van anderen.
Het lijkt eveneens zinnig om niet teveel waarde te hechten aan mijn persoonlijke ervaring. Als mensen uitsluitend pro of uitsluitend contra reageren is dat eerder een reflex dan een overwogen reactie. Publiceren kan niettemin zinnig zijn omdat je zo de werkelijke en maginaire ander inschakelt om jezelf op te porren tot selectiviteit.
En ziedaar, er is dan toch weer een stukje met een thema, een probleem, een oplossing en verworven uitzicht.
Dankjewel!
Daarom bedel ik soms om tegenspraak, die ik vrijwel nooit krijg. Ik heb wel eens feedback gekregen, van cursisten of redacties, maar dan was het meteen weer totaal vernietigend.
Er bestaat zo'n romantische gedachte dat het mooi is als lezers voor óf tegen je zijn. Het geeft je de prettige illusie dat je iets teweegbrengt. En dat je mensen zou dwingen standpunten in te nemen die tamelijk ongeloofwaardig zijn. Want we weten dat de wereld zich in werkelijkheid niet laat dwingen in pro en contra.
Mijn negatieve ervaring heeft me wel tot extra waardering gebracht voor zoiets gewoons als een gesprek. Vooral een gesprek waarin mensen reageren op wat de ander zegt, zoals in de wetenschap. Je zoekt de grenzen van het ware en waarschijnlijke op en stelt je zodoende open voor wat zich nu nog aan gene zijde bevindt maar weldra niet meer.
In die zin neem ik natuurlijk wel weer deel aan een gesprek. Ik reageer op wat er gedacht en gezegd wordt en voor het overgrote deel zijn dat gedachten van anderen.
Het lijkt eveneens zinnig om niet teveel waarde te hechten aan mijn persoonlijke ervaring. Als mensen uitsluitend pro of uitsluitend contra reageren is dat eerder een reflex dan een overwogen reactie. Publiceren kan niettemin zinnig zijn omdat je zo de werkelijke en maginaire ander inschakelt om jezelf op te porren tot selectiviteit.
En ziedaar, er is dan toch weer een stukje met een thema, een probleem, een oplossing en verworven uitzicht.
Dankjewel!
maandag 19 december 2011
De Farizeeër heeft ook zijn trots, en terecht
Een stuk of wat jaren geleden had ik het idee dat kindermisbruik een onderschat item was in de kerk en het evangelie. Er waren veel incidenten, en er was zelfs al bisdombeleid van een moreel bewogen vicaris. Maar niemand had zin om het te bestuderen als een structurele kern van het christendom.
Inmiddels heb ik zelf ook wat aarzelingen. Mag zijn dat het een structurele kern van het christendom is, 'laat de kinderen tot mij komen', enzo, maar dat wil niet zeggen dat het daarbuiten minder tot de kern behoort en minder structureel is.
Vandaar dat ik met licht wantrouwen de aanvallen zie die vanuit de politiek (Verhagen, Blok, Roemer) op de bisschoppen worden geopend. Hoe kun je aan de ene kant de vinger leggen op de 'hypokrisie', de zelfgepresenteerde verhevenheid en verdorvenheid van de kerk, en aan de andere kant zonder enige gêne de pose van een moreel verheven gezag aannemen? Je zou er bijna weer kerkelijk van worden. Daar wordt tenminste nog 'sorry' gezegd, al heeft dat weinig om het lijf, te laat en te weinig.
Het is dus geniaal van Deetman dat hij twee schokken tegelijk presenteert, die het allebei niet zijn. De kerk deed het fout, en daarbuiten ging het even fout.
Het werkelijke probleem is nu of en hoe we hypokrisie kunnen voorkomen. Kun je willens en wetens hypokriet zijn? Kun je je daarin oefenen? Misschien wordt het tijd om de passages over de Farizeeën weer eens te lezen, en tegelijk te zeggen: 1. wat een hufters, die Farizeeën!, en: 2. ik ben een Farizeeër, en ik ben er trots op!
Inmiddels heb ik zelf ook wat aarzelingen. Mag zijn dat het een structurele kern van het christendom is, 'laat de kinderen tot mij komen', enzo, maar dat wil niet zeggen dat het daarbuiten minder tot de kern behoort en minder structureel is.
Vandaar dat ik met licht wantrouwen de aanvallen zie die vanuit de politiek (Verhagen, Blok, Roemer) op de bisschoppen worden geopend. Hoe kun je aan de ene kant de vinger leggen op de 'hypokrisie', de zelfgepresenteerde verhevenheid en verdorvenheid van de kerk, en aan de andere kant zonder enige gêne de pose van een moreel verheven gezag aannemen? Je zou er bijna weer kerkelijk van worden. Daar wordt tenminste nog 'sorry' gezegd, al heeft dat weinig om het lijf, te laat en te weinig.
Het is dus geniaal van Deetman dat hij twee schokken tegelijk presenteert, die het allebei niet zijn. De kerk deed het fout, en daarbuiten ging het even fout.
Het werkelijke probleem is nu of en hoe we hypokrisie kunnen voorkomen. Kun je willens en wetens hypokriet zijn? Kun je je daarin oefenen? Misschien wordt het tijd om de passages over de Farizeeën weer eens te lezen, en tegelijk te zeggen: 1. wat een hufters, die Farizeeën!, en: 2. ik ben een Farizeeër, en ik ben er trots op!
dinsdag 22 november 2011
Waarom aan jou?
Adresseren heeft vaak een oorzaak. Je kunt je bijvoorbeeld tot iemand richten in de hoop op een reactie. Blijven hopen!
Je kunt natuurlijk ook iemand aanspreken die jou heeft aangesproken. Jullie hebben me aangesproken en dat heeft geleid tot dit blog. Daar hebben we het al over gehad.
Nieuw is misschien dat je ook iemand kunt aanspreken die jou niet heeft aangesproken, iemand anders heeft aangesproken bijvoorbeeld. Je kunt dan diegene aanspreken omdat je alsnog wil aansluiten bij het gesprek tussen die twee. Om te laten zien dat je nog aangesproken kunt worden. Of om te laten zien dat de ander je had kunnen aanspreken, ook al weet je dat het er verder niet zo inzit.
Je kunt iemand aanspreken zonder aan te spreken. Zoals Derrida laat zien in zijn versies van Aristoteles over de vriendschap: 'O vrienden, er is geen vriend.' Dan spreek je die vrienden dus aan, maar zegt tegelijk dat ze er niet zijn. De andere, minder waarschijnlijke overlevering, luidt: 'Wie vrienden heeft, heeft geen vriend.' Het lijkt nu of er niemand wordt aangesproken. Maar zit er niet in elke uitspraak een impliciete geadresseerde? Wordt niet op hem of haar gedoeld met 'vriend', omdat er altijd nog vrienden zijn die niet zomaar vrienden hebben maar er zuinig op zijn?
Hoe dan ook, ik voel me verder van de adressant verwijderd dan ooit maar kan niet zonder adressant, dus dan is dit toch weer geadresseerd. Slogisch.
Je kunt natuurlijk ook iemand aanspreken die jou heeft aangesproken. Jullie hebben me aangesproken en dat heeft geleid tot dit blog. Daar hebben we het al over gehad.
Nieuw is misschien dat je ook iemand kunt aanspreken die jou niet heeft aangesproken, iemand anders heeft aangesproken bijvoorbeeld. Je kunt dan diegene aanspreken omdat je alsnog wil aansluiten bij het gesprek tussen die twee. Om te laten zien dat je nog aangesproken kunt worden. Of om te laten zien dat de ander je had kunnen aanspreken, ook al weet je dat het er verder niet zo inzit.
Je kunt iemand aanspreken zonder aan te spreken. Zoals Derrida laat zien in zijn versies van Aristoteles over de vriendschap: 'O vrienden, er is geen vriend.' Dan spreek je die vrienden dus aan, maar zegt tegelijk dat ze er niet zijn. De andere, minder waarschijnlijke overlevering, luidt: 'Wie vrienden heeft, heeft geen vriend.' Het lijkt nu of er niemand wordt aangesproken. Maar zit er niet in elke uitspraak een impliciete geadresseerde? Wordt niet op hem of haar gedoeld met 'vriend', omdat er altijd nog vrienden zijn die niet zomaar vrienden hebben maar er zuinig op zijn?
Hoe dan ook, ik voel me verder van de adressant verwijderd dan ooit maar kan niet zonder adressant, dus dan is dit toch weer geadresseerd. Slogisch.
Maar dan anders
"Sees nothing, hears nothing", zegt de filosoof Critchley over de vorsten in tragedies die worden toegeschreeuwd door hun critici.
Een oudere vrouw kwam na afloop naar me toe. Ze wees me erop dat ik toch wel erg oppervlakkig was gebleven en nergens de kern had geraakt bij het neerzetten van mijn onderwerp. Ik had niet goed uitgelegd wat de kern van een tragedie vormt. Ik antwoordde dat ze me toch niet helemaal recht deed.
Ben je dan in de positie van een vorst? Ja, maar anders dan je dacht. De kritiek onthult dat je inderdaad vergelijkbaar bent met de tragische vorst, maar anders dan je dacht. Je bent zelf betrokken in de rampen die je wil bestrijden, maar eerder als oorzaak dan als redder.
Of zou het kunnen zijn dat de kern van de tragedie ons ontgaat? Met name als we bezig zijn die uit te leggen?
Een oudere vrouw kwam na afloop naar me toe. Ze wees me erop dat ik toch wel erg oppervlakkig was gebleven en nergens de kern had geraakt bij het neerzetten van mijn onderwerp. Ik had niet goed uitgelegd wat de kern van een tragedie vormt. Ik antwoordde dat ze me toch niet helemaal recht deed.
Ben je dan in de positie van een vorst? Ja, maar anders dan je dacht. De kritiek onthult dat je inderdaad vergelijkbaar bent met de tragische vorst, maar anders dan je dacht. Je bent zelf betrokken in de rampen die je wil bestrijden, maar eerder als oorzaak dan als redder.
Of zou het kunnen zijn dat de kern van de tragedie ons ontgaat? Met name als we bezig zijn die uit te leggen?
zondag 6 november 2011
Groter dan ik kan bevatten
Mijn geschenk is zo groot dat jullie er niet om hebben durven vragen, zei Nero, toen hij de sportfestijnen in Griekenland organiseerde, waar hijzelf de eerste prijzen opstreek.
De geschiedenis lijkt zich te herhalen met al het onbevattelijke dat aan de Grieken wordt gegeven en waar zij niet om kunnen vragen.
Het overkomt me zo vaak dat me iets wordt gegeven. Ik loop op de stoep en twee anderen komen me tegemoet. In het voorbijgaan hoor ik een deel van een zin die niet voor mij bestemd is. En toch accepteer ik hem dankbaar.
De pubers in het treinhalletje met hun harde muziek waarover ik mopper op het enquêteformulier waarom ik niet heb gevraagd. Ik luister naar mijn gemopper dat zich vermengt met de muziek.
Niet dat ik zo'n principiële boeddhist ben. Ik accepteer niet zomaar alles in dankbaarheid. Waarom zou ik alles moeten kunnen bevatten wat verschijnt, of waarom zou ik die fenomenen zelfs moeten redden, of me erdoor laten redden?
Waarom zou ik mijn palet moeten uitbreiden zodat ook de ongeadresseerde flarden nog in mijn mailbox flashen?
Nee, mijn beschouwing over die flarden is zelf ook maar een ongeadresseerde flard. Jij hebt hem gelezen en kunt hem niet bevatten.
De geschiedenis lijkt zich te herhalen met al het onbevattelijke dat aan de Grieken wordt gegeven en waar zij niet om kunnen vragen.
Het overkomt me zo vaak dat me iets wordt gegeven. Ik loop op de stoep en twee anderen komen me tegemoet. In het voorbijgaan hoor ik een deel van een zin die niet voor mij bestemd is. En toch accepteer ik hem dankbaar.
De pubers in het treinhalletje met hun harde muziek waarover ik mopper op het enquêteformulier waarom ik niet heb gevraagd. Ik luister naar mijn gemopper dat zich vermengt met de muziek.
Niet dat ik zo'n principiële boeddhist ben. Ik accepteer niet zomaar alles in dankbaarheid. Waarom zou ik alles moeten kunnen bevatten wat verschijnt, of waarom zou ik die fenomenen zelfs moeten redden, of me erdoor laten redden?
Waarom zou ik mijn palet moeten uitbreiden zodat ook de ongeadresseerde flarden nog in mijn mailbox flashen?
Nee, mijn beschouwing over die flarden is zelf ook maar een ongeadresseerde flard. Jij hebt hem gelezen en kunt hem niet bevatten.
Jij zei mijn ik
Ik was dit blog begonnen met ik zeggen. Maar dat was niet de waarheid. Het was een oefening in wat ik zoal meemaak.
De waarheid ligt eromheen, of het is iets waar ik, mijn ik, omheen ligt. De waarheid is wat je mist als je ertussendoor laveert.
Het was jij die mijn ik zei en ik die daarom vroeg. Het was een van mijn schrijfstrategieën. De ander was om te blijven doorschrijven alsof jij er niet bent en mij niets vraagt.
Als jij mijn ik zegt vraag je ook om dat over te nemen en daarom ging ik ik zeggen.
Wat raar, dat ik zo graag wil dat jij er bent en dat je dit leest. Wat je nu dus doet. Want het kan ook een manier zijn om mezelf pijn te doen, veel meer pijn dan ik aankan. Wie ben ik dat ik mezelf pijn wil doen, of vind dat ik mezelf pijn moet doen?
Dit is geen vraag aan jou. Het is een retorische vraag waarmee ik beide waarheden buiten en binnen laat liggen. En die - verwarmend of verkoelend - wordt bezalfd met jouw lezen hiervan.
Dank voor je leeservaring. Je bent weer even klaar.
De waarheid ligt eromheen, of het is iets waar ik, mijn ik, omheen ligt. De waarheid is wat je mist als je ertussendoor laveert.
Het was jij die mijn ik zei en ik die daarom vroeg. Het was een van mijn schrijfstrategieën. De ander was om te blijven doorschrijven alsof jij er niet bent en mij niets vraagt.
Als jij mijn ik zegt vraag je ook om dat over te nemen en daarom ging ik ik zeggen.
Wat raar, dat ik zo graag wil dat jij er bent en dat je dit leest. Wat je nu dus doet. Want het kan ook een manier zijn om mezelf pijn te doen, veel meer pijn dan ik aankan. Wie ben ik dat ik mezelf pijn wil doen, of vind dat ik mezelf pijn moet doen?
Dit is geen vraag aan jou. Het is een retorische vraag waarmee ik beide waarheden buiten en binnen laat liggen. En die - verwarmend of verkoelend - wordt bezalfd met jouw lezen hiervan.
Dank voor je leeservaring. Je bent weer even klaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)





