zondag 25 september 2011

Schoenen laten staan

De ondergangstheoreticus in de krant onthulde dat de wereldbevolking niet meer te redden is. Hij combineert dit zekere inzicht met plezier.

Daartoe was ik ook al in staat gebleken. Sterker nog, wij allemaal. Het is een van de inzichten van de renaissance (Montaigne, Rabelais) dat teruggevoerd wordt op de oudheid. Juist als je voor alles en nog wat bang bent kun je besluiten dat je de dag wil plukken.

Precies deze reflex zal ervoor zorgen dat de mensheid dat wil doen wat volgens de ondergangstheoreticus juist niet meer zal kunnen. Bijvoorbeeld shoppen.

Al drie keer had ik mezelf ervan overtuigd dat ik geen nieuwe schoenen nodig had. En als ik ze al nodig had, dan zeker geen bruine. En als ik al zwarte wilde, dan geen klassieke. Dus ging ik, voor de zoveelste keer, naar de schoenenwinkel. Een oudere man met humor (foutfout) hielp me. Steeds moest ik schoenen afwijzen tegen zijn humor in.

'Ik ga ze bijna kopen om u een plezier te doen.'

'Daar zou ik niet op tegen zijn.'

Ik heb de dag laten hangen en sloop door de veelkoppige menigte weg.

Ja jongens, de aarde redden is niet alleen maar leuk.

woensdag 14 september 2011

Blok

We stelden ons voor dat we bij Peter Blok zaten. We waren het op onze manier roerend met elkaar eens. Onnavolgbaar, in zulke verschillende bewoordingen en met omwegen.

Peter bleef rustig. Natuurlijk moest hij uitproberen of het verdringing was. Of de goede resultaten geen gevolg van faalangst waren.

"Ga eens na of er misschien faalangst in het spel is."

Nee, het was gewoon fijn bij Peter.

Toen hij op zijn motor stapte trapte hij eens flink het gas in.

zaterdag 3 september 2011

Kill yr darlings

Soms, zoals vandaag, loop ik rond met gevoelens van woede. Ik kan niet zeggen waarom precies, want de lezer wil dan teveel weten.

Ik heb me flink geoefend in het tijdig onderkennen van deze emotie. Ik hoef me dus niet meer op sleeptouw te laten nemen door alle innerlijke explosies. Ik kan ermee in gesprek. Ik kan tussen verdringing en escalatie een weg kiezen die niet alles kapot maakt, alleen maar die sterke woede zelf.

Misschien herkent u dit. Je streeft die triomf op jezelf na, maar je wordt door grote krachten gezogen naar de maalstroom der overpeinzingen en emoties. Heen en terug naar de maalstroom, dat is een maalstroom erbij.

In de moderne psychologie leren we deze nefaste dynamiek vriendelijk doch beslist de deur te wijzen. We weerstaan de verleiding om rond te draaien in de modder en ermee te gaan gooien. De modder, onze darling.

Graag maken we het wereldkundig. Graag gaan we eraan ten onder. Maar elke keer krijgen we weer een kans om het voor te zijn.

Laat Patroklos maar gaan.

dinsdag 30 augustus 2011

Minderparadox

Bij oefenen hoort maximalisatie. Hoe meer je oefent, hoe vaker je de handeling verricht, hoe sterker de echte handeling kan worden. En hoe sterker de handeling kan worden, hoe sterker hij inderdaad wordt.

Dan kan dat resultaat alleen maar tegenvallen. Dan wordt snel gezegd: ga nog maar wat oefenen. Oefenen hoort dan ineens tot minimalisatie. Het is het teken van onmacht, ridiculisering, degradatie.

De welbewuste vervanging van voorbereiding op de sterkste handeling door een beetje oefenen kan duiden op ironische bescheidenheid.

Het kan de wilde gok betekenen op less is more.

Het kan de postmoderne afschuw van doelstellingen realiseren, waarmee de dader een voorbeeld wil stellen en daarmee het tegendeel bereikt: hij wordt een doel voor anderen.

Het kan de uitlevering aan fascinatie door herhaling betekenen.

Het kan infantiele regressie aanduiden.

Het kan de sterke roep om medelijden uitdrukken: zo'n kind gun je een Fanta.

Het kan de soevereiniteit van een action sans emploi realiseren.

Het kan een maximalisatie van een onhaalbaar maximum uitdrukken: het hoogste doel wordt tussenstap in een nog grotere oefening.

Het kan de benadering van de geest vanuit het tijdruimtelijke, sterfelijke lichaam aanduiden.

Het kan de benadering van het actuele, lichamelijke leven vanuit de geest en de wilskracht aanduiden.

Het kan een oefening in nietszeggendheid zijn door van alles te zeggen.

Het kan een oefening zijn in alles zeggen.

vrijdag 19 augustus 2011

Dramatiek

Nu ik Beethovenopnames van Richter aan het luisteren ben, kom ik erachter dat ik me bekocht voel. En misschien heb ik me altijd al bekocht gevoeld. Al sinds ik op mijn veertiende de Melodia-plaat grijsdraaide, met de Pathétique en de Appassionata. Wat klonk het verheven en ingetogen, dat langzame deel van de Appassionata. Wat hing er een gewijde sfeer met alle ingehouden kuchjes van het publiek. En wat was er een mooie, stoere en vloeiende band met de natuur. Op de hoes stond een rietkraag langs winters water. De gewelddadige waterval van de Appassionata vervloeide langzaam met het gekraak van de plaat, en dat gekraak ging naadloos over in het applaus.

Ik hield ervan om dat laatste te benadrukken, om aan mijn gesprekspartners duidelijk te maken dat het mijn privé-beleving was en tegelijk een historisch en kosmisch gebeuren.

Dat was het zeker. Maar misschien op een iets andere manier dan ik toen bedoelde. Immers, de sovjetstudies hebben me - ondanks alle toewijding aan de kritiek, maar eerder als studieobject -gesterkt in de fascinatie voor een politiek geweld dat geïnspireerd was door natuurgeweld en bemiddeld werd door de muziek, met name Beethoven. Lenin hield niet van cultuur, maar wel van Beethoven, en met name van zijn Appassionata. Lenin, een privé-persoon.
Ook Kubrick's Clockwork Orange speelt met de neveneffecten van geweld en het luisteren naar Beethoven. De hoofdpersoon wordt heropgevoed door in de gevangenis naar films met nazigeweld te kijken. Daarbij klinkt toevallig Beethovens negende. Later gaat Alex zijn geweldsexplosies begeleiden met Beethovenmuziek.

Waarom voel ik me bekocht? Omdat Richters troostende, emotioneel effectieve en toch beheerste spel voortkomt uit operaliefde. Dat vertelt hij in zijn lange interview, L'Insoumis. Degene die zich niet onderwerpt, de rebel, de onafhankelijke zonderling, de mysticus, Richter dus, deze Richter, werd verliefd op muziek door Wagner.

Met terugwerkende kracht moest ik gaan ontdekken dat mijn antipathie voor theater en effectbejag, en zeker voor opera, misschien wel de buitenkant was van een - voor mijzelf geheime - voorliefde voor effect, massaal publiek, een intieme fascinatie voor fysiek en historisch geweld.

Nog steeds is de ontdekking niet voltooid, gevangen in de laatste maten van Beethovens opus 111.

Misschien verklaart het waarom ik deze stukjes schrijf, 'eenzaam' achter mijn bureau, en in welke opzichten I'll 'never walk alone'.

Misschien verklaart het waarom een filosoof zich losmaakt uit de massa, iets provocerends roept en dan de tijdgeest uitdaagt hem te corrigeren.

De verklaring ligt in het vooruitzicht, maar brengt nu al ontnuchtering. De cd is bovendien uitgespeeld.



woensdag 17 augustus 2011

Genomen stappen



Even evolueren.
Deze blog was al vroeg een succes. Er waren een paar opgetogen reacties. De bestaansreden van de blog was het oefenen in een lezersvriendelijkere aanpak.
Hij evolueerde tot een oefening in ongeadresseerd publiceren.
Vervolgens evolueerde hij tot een schrijven met onmiddellijke reacties van een vriend en (vaak) reageren op de reacties, in dankbaarheid.

De connectie met het theater en de filosofie is steeds opengebleven. In de blog zat een element van performance ('unrehearsed' van Peter H) en een element van askèsis ('Du musst dein Leben ändern', Peter S).

We hebben het repertoire van de oefening verrijkt met mislukte, misplaatste en schijnbare oefeningen. Dat is grote winst. Oefeningen kunnen een performance zijn (vgl. de études van Debussy of atletiek) en een zoektocht naar een verheven doel, dat de herhaling is van een oorsprong (Plato, Jezus). Dat is hier opnieuw gebleken.

Ik ga dus verder. Best belangrijk als je in een draaideur zit. Belangrijk is dat ik de taal lezersvriendelijk houd en de band met de alledaagse ervaring niet opgeef. Dat biedt zoveel houvast voor de lezer!









dinsdag 16 augustus 2011

Kijk toch wat vaker in de spiegel

Vandaag ben ik dus naar de kapper geweest. Ik raakte met de kapster in gesprek over de vakantie. Zij vertelde over haar vakantie naar Thailand en later naar Stuttgart. Maar haar passie lag toch bij winkelen. In New York had ze twee dagen uitgetrokken voor 35th Av.

Ik heb flink opgeschept over mijn vakantie met drie vrouwen en mijn flinke huurauto (maar liefst een Opel Astra of zoiets), en ook nog over vroeger, hoe we het grote gezin in de kleine auto propten en hoe ik later met drie vrouwen in een eend over de Alpen kwam.

Daar hoef ik dus niet in te oefenen. Een beetje doen of ik de schlemiel ben en intussen de held uithangen. Hoe je je cruise control liever niet gebruikt omdat je de gang erin wil houden. Meepraten over föhnen en winkelen, dat geeft vertrouwen.

Op de bank zaten twee mannen van jongere leeftijd te wachten. Oeps. Met terugwerkende kracht was mijn privé-flirt een openbare zelfexecutie.

Volgende keer dus beter om me heen kijken. Via de spiegel.