woensdag 10 mei 2017

De ongedateerde Koppelpoort

Vandaag was ik op excursie met leerlingen naar Amersfoort. Alles stond in het teken van sterren, dus van wetenschap, imago, ambitie, vallen en wensen. We kregen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Amersfoort) van alles te zien. We bezochten het bottenlab met schedels met gaten erin geslagen door een ponjaard en een stagiair die een voor hem volslagen onbekende vis aan het archeologiseren was.

Hoe ver weg was dit alles, onder begeleiding van deskundigen die hun zachtjes gewag maakten van hun eigen onervarenheid, hen zo vaak wakker schreeuwden dat ze werden gehypnotiseerd of oog in oog stonden met hun eigen non-interactiviteit met uitzicht op de ongedateerde Koppelpoort.

Het gebouw van de Rijksdienst staat op kussens en dempt alle geluidsgolven. Slechts het water in de glazen vertoonde rimpelingen en slechts de hekken voor het gebouw verraadden dat de non-airco-filosofie aan herziening toe was. Het werd ons duidelijk dat je in dit gebouw zo kort mogelijk verbleef of anders een hele week, gaandeweg je verliefdheid opwekkend.

We hadden onszelf ingedeeld in de Week van de Wetenschap en wisten niet waar we stonden. Wij docenten waren van de softe hap, talen dus, de leerlingen van de softe profielen. Beetje onheldere figuren, variërend van oneindig toegewijde gymnasiastes tot en met stoute jongens in korte broek die de plantenbakken aanstootten. Niemand wist vervolgens meer waar hij stond. De Belgische maritiem archeoloog was voor afschaffing van de leerplicht om vervolgens meer striktheid te kunnen hanteren bij de opvoeding, hoe diepzinnig en hoe aanzettend tot diepzinnig denken!

De stoute jongens togen tezamen naar de beroemde sterrenplukker die alle mensen ter wereld een paar dagen eerder had uitgenodigd bij zich thuis. Hij deed persoonlijk open en heette hen allen welkom om hen terstond binnen te laten, ware het niet dat hij net even iets moest afwikkelen.

Ik stond nog even na te praten met twee bedremmelde bibliothecarissen die niet wisten hoe ze de non-interactieve jeugd op non-interactieve wijze konden bereiken om hun alles te vertellen over het belang van de ongedateerde Koppelpoort. Ja heren, ik heb geen advies voor jullie, jullie zijn goed zoals je bent, de bibliotheek is nooit voor deze generatie maar altijd voor de volgende.

De jongens vertelden me dat ze genoten van de leerzame vrijheid van deze week van de wetenschap. Ze haalden alles wat erin zat uit ons aanbod en veel meer. Ik verwacht dan ook niet anders dan dat ze door de Koppelpoort zullen lopen, op aanwijzing van Govert Schilling zullen ontdekken dat de sterren nooit buiten bereik hingen maar als koolstof waren neergestreken op de eigen huid en dat het altijd mogelijk is bij Govert aan te bellen.

Govert Schilling in 2015

zaterdag 8 april 2017

Een krachtige zon

Ik dacht nog wat een fijn uitzicht op de voetbalkantine. Is er een wild feest, ben jij erbij. Maar zeker, ze kunnen ook ineens jouw appartement zien, en dan is alles weer anders.

Het is wat het is. Je loopt naar je koelkast, het bliepje van je iPhone gaat. Je parkeert achteruit en draait vooruit. Je neemt het zoals het komt. De lift omlaag, de lift omhoog, je spiegel.

Hoe zou het hebben kunnen gaan, met je schitterende brein, je uitstraling. Je afgedwongen balans met je lichaam, je affiniteit met de goden.

Ik denk graag aan jou als een mogelijkheid. Wat kan iets of iemand überhaupt meer zijn dan mogelijk, de macht en virtualiteit waarvan je mij overtuigt. Ooit was je mijn leerling en heb ik je moeten beoordelen. Je hebt me overleefd, je leven schept je elke dag opnieuw.

We werden omzwermd door ontsnapte papegaaien. Je nam alle obstakels op stoepen en straten. Alle krachten rukte je aan, je formules, je ernstige zwenking en humor.

Waarheen mijn zon ondergaat richt ik mijn avondgebed, daar leg ik de basis voor mijn nieuwe dag.

 Afbeeldingsresultaat voor egypte zonnegod



zaterdag 11 februari 2017

Getict

Gisteren was iemand zo vriendelijk me te wijzen op een tic. Geagambeerd als ik tegenwoordig ben, moest ik meteen denken aan zijn herhaalde verwijzing naar Oliver Sacks. Die was op zijn kamer aan het nadenken over het gebaar en de verdwijning ervan in de westerse cultuur. Toen hij daarna de stad in ging zag hij onderweg maar liefst drie mensen met een tic. Maar eigenlijk vertoonde iedereen, als je het maar even wilde zien, neurotisch gedrag. Freud, maar dan verdicht in het lichaam.

Onderschat niet hoe belangrijk deze verwijzing is voor de definitie van Agamben van politiek als middelen zonder doel. Het gebaar heeft de vorm aangenomen van een tic, een meestal onsuccesvolle poging om spanningen te ontladen. Nogal ondoelmatig dus ook. Het gebaar, gesture, komt van het Latijnse gerere, dragen, dat vaak gebruikt wordt in politieke context, bellum gerere, res gerere, res gestae. Dit laatste, Res gestae, is ook de titel van Augustus die terugkeek op de verrichte daden in zijn leven.

Nu ga ik mezelf niet vergelijken met Augustus, althans niet meer dan dat ik iedereen vergelijk met Augustus. We zijn erfgenamen van Augustus en trouwens ook van Augustinus voorzover we verder gaan en ongewenste lasten dragen die we van ons willen afschudden maar die we in feite 'dragen', 'gerere'. Dat is de helft van de nieuwe subjectiviteit. Een subjectiviteit die zich dus uit in tics, neurotisch gedrag.

Er is ook schaamte in het geding. Dat was ook mijn onmiddellijke reactie toen mijn behulpzame persoon me wees op mijn tic. Ook schaamte maakt deel uit van, leidt ons naar de subjectiviteit achter de subjectiviteit als het ware. Dat zegt Agamben, Rimbaud volgend. Je est un autre. We komen er pas achter wie we zijn als iemand anders ons erop wijst. We kleuren rood, beseffen dat er een waarheid over ons gezegd wordt waar we zelf niet bij kunnen, maar in tweede instantie wel. Het is zo, we hebben de tic, dit is wie we zijn, inclusief de ongewenste schaamte.

'Dat zegt Agamben'. Of Levinas, de fenomenologen, de schrijvers, vul maar aan. Maar ik, wat zeg ik? Ik kijk naar mezelf met de ogen van de ander, in neurose en schaamte, en vind daar het ik dat zelf iets zegt. Het ik dat opstaat. Hoe staat dat ik op, hoe sta ik op? Gewoon, elke dag. Gotverdorie, gelukkig ook, ik ben er nog. Om mij heen wordt doorgevallen, afgezwoegd. Er wordt veel bewogen, vooral heen en weer bewogen. In mij beweegt dat ook allemaal heen en weer, hoorbaar en zichtbaar.

Ook hier, ook hier herhaalt dit zich, het herhaalt zich anders, in de blog. Ik had me voorgenomen deze blog eens een keer niet te schrijven en gotverdorie, nu schrijf ik hem toch. Ik verstuur hem niet, het voegt niets toe aan de wereld, of erger nog, het voegt ook nog eens iets toe, terwijl er al zoveel is. Maar je zult zien, je ziet het op dit moment, ik moet hem verstuurd hebben, anders las u dit niet.

Vorige week overkwam het me dat ik opstond en erachter kwam dat ik de avond ervoor een blog had geschreven en ook nog had verstuurd. Tjongejonge, het moet niet veel gekker worden.

Afbeeldingsresultaat voor metro drukte


vrijdag 13 januari 2017

De geboorte van Antonius op de dertiende

Ja, het is inderdaad wel schuifelen over die stoepen. We willen maar niet dansen, dit in weerwil van het advies van mijn coach destijds die zei dat ik het gevoel moest hebben dat ik over het ijs fietste, zonder na te denken, overeind blijvend. En in weerwil van mijn therapeut, die me zei dat ik het gemak van een lichte beschonkenheid moest ervaren, echter zonder me te beschenken.

Nog enkele dagen met sneeuwverwachting nieuwe kansen. In vol besef en bij gebrek aan beter heb ik mijn zwarte schoenen met gladde zool aan. Half lopend half glijdend bereik ik de bus. Onderweg, in woede, naar de Mediamarkt om dit verdomde kreng terug te geven of althans te zeggen waarom ik hem niet meer wil, dit hakbord met verschuivende cursor en ineens cijfers, q4alit6it in plaats van kwaliteit.

Vlak voor halte Rijnstraat probeer ik of niet toch het numerieke toetsenbord heb aanstaan. Dat blijkt het geval, kwaliteit is nu ineens weer gewoon kwaliteit. Ik spring de deur uit, tas rechts, laptop links, moet ineens nog uitchecken en sta met mijn ding in de sneeuw. Langzaam sluiten we weer vrede.

Vroeger sloeg ik een kruis in zo'n geval, voor Sint Antonius. Nu beloof ik Hanna Bervoets haar nieuwe boek te lezen over fuzzy's, de knuffels waarvan we echt kunnen houden, alsof de kleine Jezus van Antonius niet net zo'n fuzzy was, de pedo! Hoe dan ook hak ik nog even lekker door, nu met Fn F7 om het touchpad uit te schakelen dat me steeds ongewild verplaatste, terugwierp in mijn bewegingen.

Hier ben ik dan, al strompelend, op vrijdag de dertiende, neem me aan!

 Afbeeldingsresultaat voor antonius kind



maandag 12 december 2016

Ik heb lak aan u


Onlangs schreef ik op verzoek een tekst voor een literair tijdschrift. Inmiddels is die afgedrukt, dus door de redactie acceptabel bevonden. Hij moest voor een niet-ingewijd publiek begrijpelijk zijn. Toch is er altijd enige incongruentie tussen het publiek van zo’n tijdschrift en andere lezers. De lezers die ik ken, kennen dat tijdschrift niet, maar zijn wel vaak bereid mijn tekst te lezen.

Een lezer vertelde me dat hij mijn tekst met een vriend had zitten lezen. Dat lukte, tot een of meer plaatsen waar ze vastliepen. Het is wel ontroerend dat mensen hun best doen om me te lezen. ‘Maar ik weet inmiddels goed dat jij lak hebt aan de lezer’, zei hij erbij. Dat vergroot nog de eer van zijn inspanning, zo dunkt me. Lezers zijn soms zelfs bereid iemand te lezen die lak aan hen heeft, zoals ik.

Ik moest nu wel opnieuw bij mezelf te rade gaan om te weten te komen of hij gelijk had. Heb ik inderdaad lak aan de lezers? Ik denk zelf van niet. Ik doe mijn best om iets te schrijven, min of meer, de ene keer meer dan de andere, en ik wil dat graag met u delen. Ik lees u overigens ook graag, al stuurt u me niet vaak iets toe. Toch kunnen onvoorzichtige opmerkingen van mijn kant het misverstand de wereld in hebben geholpen. Ik heb onlangs nog geschreven dat ik niet dienstbaar ben aan de lezer, of zoiets. Ik kan me best voorstellen dat de lezer dan concludeert dat ik mijn kont met hem afveeg.

Ik ben bang dat wat u leest echt de manier is hoe ik denk. Ik denk al schrijvend. Ja, ik ben ijdel en exhibitionistisch, ik laat mijn ding graag aan u zien. Ik daag u graag een beetje uit, ik zoek de grenzen op. Ik mag dus niet al te verbaasd zijn dat u me teruggeeft wat ik uitlok, als u met kritiek of onverschilligheid reageert. En toch ben ik dan weer verongelijkt.

Ik kan maar een conclusie trekken. Ja, u heeft volkomen gelijk. Gelijk dat u zegt dat ik lak aan u heb, ja, dat moet wel. Met mijn tekst zal ik het inderdaad wel persoonlijk op u gemunt hebben. Maar wees ervan verzekerd dat ik het echt wel kan waarderen, uw inspanning tegen de klippen op.


zondag 27 november 2016

Dit hoef je niet te lezen, maar waarom niet?

Ineens overviel me een plotseling inzicht. Zo plotseling dat ik vermoed dat het al lange tijd in mezelf rondzong. Dit is het inzicht: u hoeft me niet te lezen. Deze stukjes zijn geen must.

Het inzicht werd uitgelokt door Scott Fagan, de zanger van de South Atlantic Blues, naar wie ik nu zit te kijken en te luisteren. Fagan legde uit dat hij zo'n succes had omdat hij altijd meende wat hij zong. En dat kwam over.

Ik daarentegen heb in de uitleg bij mijn blogs, hier aan de rechterkant, geschreven dat alles voor mij materiaal of uitgangspunt is. Volg ik Agamben, dan zit in het materiaal een esigenza verpakt, een eis dat het tot zijn komt, dat het gerealiseerd wordt. Welnu, dat zal bij mij ook wel het geval zijn. Ik zie alles als aanleiding, als materiaal, om te gebruiken, om er iets mee te doen.

Nu het er staat, als blog, als deze blog, lijkt het die eis te hebben verloren. Ja natuurlijk, ook dit is weer materiaal dat kan worden gebruikt. Maar ook als het niet wordt gebruikt blijft het materiaal, eis.

Hoe verschilt dit inzicht van de mist waarin ik kennelijk nog ronddwaalde? Die mist had te maken met de doelen die met het schrijven verbonden lijken. Het moet gericht worden, zo denken we vaak, aan bepaalde adressanten, en van daaruit worden verbreed tot zoveel mogelijk adressanten. Die adressanten moeten we vermaken, opvoeden, bedienen.

Die dwang verwarren we gauw met de eis die in de materie besloten ligt. We hebben meestal niet door dat de gerichtheid van een tekst aan een adressant juist ertoe leidt dat de tekst wordt geneutraliseerd, kaltgestellt. Hij verliest zijn eisende karakter en kan worden weggeschoven in de archieven, als nutteloos afval.

Echter, afval is niet het enige nutteloze dat er is, en afval wordt steeds minder nutteloos, nu we steeds meer gaan recyclen. Mijn blog is geen afval, want hij is niet gebruikt en niet verteerd. Hij licht even op, er wordt een zijdelingse blik op geworpen. Al lezende beseft de lezer dat hij halverwege is afgedwaald, de tekst vervolgt zijn weg al verdwijnende uit de ooghoeken van de lezer.

Het gebaar van deze blogs: ik strooi iets rond, iets wat ik ben, iets wat ik niet kan laten. Ik kom binnen, pak mijn hoed en gooi hem naar de kapstok. Daar hangt hij, die hoed. Waarschijnlijk zal ik hem vergeten als ik weer naar buiten loop. Ik voel de wind die kouder is dan ik dacht, dankzij de vergeten hoed. Overigens draag ik nooit een hoed. Een Scott Fagan zal ik dus nooit zijn, hooguit een ietsiepietsie ("ik ben een beetje wijzer geworden, voorzichtiger, maar voor het grootste deel nog hetzelfde als vroeger").

Afbeeldingsresultaat voor scott fagan


woensdag 23 november 2016

Gevallen

We wachten in de hal. Via het verticale raam bespeuren we een glimp van het scherm binnen. Zo weten we hoe ver de vergadering binnen gevorderd is. Als ze klaar zijn lopen ze een voor een naar buiten, althans een deel van hen. Ze worden afgewisseld door ons, de docenten van de volgende klas.

Mentor en afdelingsleider zitten in de houding. Wachten tot de onderlinge begroeting en de pauze-compensatie-act verstomt. We kijken allen naar het scherm en volgen de suggesties over de bespreekgevallen. Een voor een worden de docenten van de onvoldoendes opgeroepen hun inschatting te geven over wat voorbij is en wat te verwachten. Er ontstaat consensus.

Ik ervaar deze bijeenkomst van geregelde, maar toevallig ogende docenten als een mooi ritueel. Zinvol zeker ook, want we vernemen van alles over de schilderachtige gevallen, de pakweg 10% die het niet kan bijbenen, niet wil bijbenen, nog niet kan willen.

Al deze gevallen vallen. Ze zijn al eerder gevallen. Ze zullen wederom vallen. Zelden of nooit staat er een op, een die al opgegeven was en het er niet bij laat zitten.

Daar gaan de Ahmeds, Jairs, Huseins, daar gaan de Rubens en Sams. Er zitten zowaar ook meiden bij, de fine de fleur die achterblijft met diverse problematiek. Er wordt niet gezegd: ze vallen, want volgens Karl Popper is naast falsificatie hoop een plicht. Elk geval is een geval apart, elke val getuigt van de hoop die in ons leeft.

En wij, wij hebben toch maar mooi aandacht gegeven, aandacht gepaard aan bezorgdheid. Nog tegen beter weten in blijven we aansporen, we blijven.

Afbeeldingsresultaat voor leerling faalt